Kester Freriks


Kester Freriks werd geboren in 1954 in Djakarta, Indonesië. Op 31 december 1957 dienden alle Nederlanders de voormalige kolonie te verlaten. Over dit gedwongen vertrek en de omzwervingen in Nederland schreef Kester Freriks in zijn debuut uit 1979 ‘Grand Hotel Lembang’. Hij bracht zijn jeugd door in Zandvoort en Groningen. In Almelo, waar hij tien jaar woonde en zijn vader als tandarts werkte, volgde hij de middelbare school. Daarna verhuisde hij naar Amsterdam.

 

Als romanschrijver, dichter en essayist profileerde hij zich in diverse literair tijdschriften. Hij was als gastredacteur verbonden aan het Amsterdams Studentenweekblad Propria Cures. Door Hans Warren in PCZ is hij de ‘laatste romanticus van de Nederlandse literatuur’ genoemd. Onlangs publiceerde hij twee boeken over vogels die bestsellers werden: ‘De valk. Over valkerij en wilde vogels’ en ‘Vogels kijken. Alle driehonderd Nederlandse vogelsoorten’. Matthijs van Nieuwkerk van De Wereld Draait Door noemde ‘Vogels kijken’ het ‘beste boek van 2009’.

 

Vorige maand verscheen zijn achtste roman, ‘Gehuwde dochter’ over een meisje dat verwikkeld raakt in de Amsterdamse kraakbeweging. Sinds 1981 is Kester Freriks verbonden aan NRC Handelsblad, waarvoor hij toneelrecensies, beschouwingen, reportages, natuurscènes en reisverhalen schrijft.